Gebiedsuitwerking Zoetermeer

MoVe is een programma dat meer is dan de som der projecten. Het programma als geheel zet in op het gezamenlijk identificeren en oppakken van de grote opgaven in economie, verstedelijking en mobiliteit, en het sturen op het bereiken van de hoofddoelen van het programma. Leidend daarbij zijn de ontwikkelstrategieën die in de drie programmalijnen worden opgesteld. Naast de drie programmalijnen waarin de strategie van het programma wordt ontwikkeld, lopen daarnaast twee verkenningen: Oeververbindingen regio Rotterdam en schaalsprong regionale mobiliteit CID/Binckhorst. Verder wordt er gewerkt aan drie gebiedsuitwerkingen die een sterke relatie kennen met de programmalijnen: Voorne-Putten,  Greenport 3.0 Westland, Zoetermeer. Dit zijn de projecten die onder MoVe vallen en zullen bijdragen aan de programmadoelstellingen.

Daarnaast is er ook een Korte Termijn Aanpak (KTA) binnen het programma, die actief op zoek is naar meekoppelkansen binnen de programmalijnen en projecten.

Werkt aan verbetering van het OV vanuit Zoetermeer naar het noorden en het zuiden, zodat dit in de toekomst goed is afgestemd op de verdere verstedelijking en leefbaarheid van het middengebied van de Metropoolregio.

De Gebiedsuitwerking Zoetermeer – Rotterdam – Den Haag is een studie naar mogelijke maatregelen die bijdragen aan een samenhangend multimodaal en duurzaam mobiliteitssysteem in de zuidelijke Randstad in 2040, afgestemd op de verstedelijkingsopgave en ter versterking van de agglomeratiekracht. Hierbij wordt ook rekening gehouden met de glastuinbouw en landschappelijke kwaliteiten van het Middengebied. De opdrachtgevers zijn de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, de Provincie Zuid-Holland en de gemeente Zoetermeer. Het onderzoek is een verdere uitwerking van de Netwerkvisie RandstadRail richt zich vooral op de OV-verbindingen tussen Zoetermeer en Rotterdam/Schiedam, van Den Haag naar Gouda en Zoetermeer - Leiden. Die laatste is op dit moment een NMCA-knelpunt doordat de succesvolle R-netbus problemen heeft met de doorstroming en capaciteit. De andere verbindingen worden onderzocht op hun toegevoegde waarde, onder andere qua agglomeratiekracht. Daarnaast wordt ook gekeken naar een mogelijke OV-verbinding op de middellange termijn tussen Delft en Rotterdam Alexander.

De Zuidelijke Randstad draagt voor ongeveer 20 procent bij aan het Nederlandse Bruto Binnenlands Product. De interactie in de Zuidelijke Randstad neemt toe, maar ook de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) constateert dat er nog geen sprake is van intense samenhang.

Zowel in de samenhang tussen economische clusters, verkeer- en vervoersnetwerken als tussen woning- en arbeidsmarkten is nog winst te boeken. Ontwikkelingen kunnen beter op elkaar worden afgestemd waardoor meer uitwisseling ontstaat en de totale agglomeratiekracht van het gebied toeneemt.

De middelgrote steden in het gebied, zoals Delft, Gouda, Leiden, Zoetermeer en Lansingerland dragen op drie manieren bij aan de agglomeratiekracht van de Zuidelijke Randstad:

  • als toplocatie voor (inter)nationaal bedrijfsleven
  • als woonkern voor werknemers op de toplocaties
  • als regionale centra voor het daily urban system: winkelen, recreatie en onderwijs.

Bereikbaarheid is een belangrijke voorwaarde om ruimte te geven aan de groei in de regio.  In het middengebied van de MRDH (regio Zoetermeer, Pijnacker-Nootdorp, Lansingerland en directe omgeving) is gekeken naar de dagelijkse verplaatsingspatronen en interlokale en regionale samenhang daarvan. De analyse van verplaatsingen binnen, vanuit en naar het middengebied van de MRDH, toont een middengebied dat bestaat uit een Rotterdams en een Haags georiënteerd deel. Deze scheiding zorgt ervoor dat het potentieel van de gehele metropoolregio niet optimaal wordt benut en belemmert de verdere integratie van de metropoolregio. Het opheffen van deze belemmering versterkt de metropolitane samenhang in de regio.

Voor het OV-systeem geldt dat het een drager biedt voor verstedelijking en zo ook voor de groei in de metropoolregio. Ook het Regeerakkoord 2017-2021 “Vertrouwen in de Toekomst” erkent het belang van openbaar vervoer in stedelijke regio’s. Zo pleit het onder meer voor gezamenlijke investeringen van Rijk en regio’s in OV bijvoorbeeld door middel van lightrailverbindingen. Daarnaast stelt het dat investeringen gebaseerd moeten zijn op de uitkomsten van de Nationale Markt en Capaciteits Analyse (NMCA) en worden geprioriteerd naar de meest rendabele projecten. De eerder dit jaar verschenen NMCA toont aan dat de OV-verbindingen tussen Zoetermeer en de omliggende gemeenten kwetsbaar zijn en niet berekend zijn op de groei van het aantal reizigers. Dit betekent dat optimalisatie en aanpassingen van het OV-systeem noodzakelijk zijn. Er liggen kansen bij de verbetering en uitbreiding van het (lightrail-)netwerk waarmee de regio al geruime tijd ervaring heeft opgedaan. Een optimaal functionerend OV-systeem draagt ook bij aan de in het Regeerakkoord centraal staande ambitie met betrekking tot CO2-reductie.

Er is op dit moment geen directe verbinding tussen de 1e en de 3e stad van de MRDH. Daarmee worden belangrijke kansen voor agglomeratiekracht, duurzaamheid en doorstroming gemist. Door de woningbouw van de komende jaren wordt dat probleem (maar ook de kansen bij wél een goede verbinding) alleen maar groter. Daarom wordt onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden om wél een directe verbinding tussen Rotterdam en Zoetermeer te realiseren.

Tussen Leiden en Zoetermeer rijdt R-netbus 400, de drukste bus van de Provincie Zuid-Holland. In de spits vertrekt er inmiddels iedere 4 minuten een bus om alle reizigers te kunnen vervoeren en dat aantal neemt nog steeds verder toe. De bus wordt echter op meerdere punten in de route vertraagd door files en fietsverkeer. Maatregelen op de korte termijn zijn daarom nodig en daarnaast wordt gekeken naar een structurele oplossing zodat de toekomstige reizigersgroei kan worden opgevangen.

In de gebiedsuitwerking is ook gekeken naar de mogelijkheden om de sprinter op het spoor tussen Den Haag en Gouda te vervangen voor een lightrail, die in Den Haag verder de stad in rijdt richting Scheveningen. Dit is echter zeer complex en op middellange termijn daarom naar alle waarschijnlijkheid niet haalbaar.

De betrokken gemeenten worden meegenomen in het onderzoek door middel van workshops en overleggen, zodat zij goed aangehaakt zijn bij de studie en mee kunnen denken over de te nemen maatregelen. De Gebiedsuitwerking heeft ook raakvlakken met de andere MIRT-onderzoeken/verkenningen in de Metropoolregio. Dat speelt met name in de stedelijke gebieden van Rotterdam en Den Haag, bijvoorbeeld waar het gaat om doorkoppelen van de vervoercorridors in deze Gebiedsuitwerking. Daarom wordt nauw samengewerkt worden met deze studies, zodat zij goed op elkaar aansluiten. Daarnaast worden de resultaten van deze gebiedsuitwerking ook opgenomen in de Werkplaats MOVV, zodat de meest optimale maatregelen genomen kunnen worden.

Afbeeldingen

Twitter

    

MoVe, mobiliteit en verstedelijking is een samenwerkingsprogramma van de ministeries IenW en BZK, de Provincie Zuid-Holland, de MRDH en de gemeenten Den Haag en Rotterdam.

Toegankelijkheidsverklaring

Cookie-instellingen