Kwartier maken voor programma Bereikbaarheid MRDH

10-04-2018

Het gebiedsgerichte Programma Bereikbaarheid MRDH (Metropoolregio Rotterdam-Den Haag) wil de lokale economie verbeteren. Ook wil het de leefomgeving een boost geven en de sociale ongelijkheid verminderen. Hoe dat in z’n werk gaat?

Op donderdag 15 maart is er een Bestuurlijk Overleg over het gebiedsgerichte Programma Bereikbaarheid MRDH (Metropoolregio Rotterdam-Den Haag), waarin Rijk en regio samenwerken.

Wat wordt er precies besproken in dit Bestuurlijk Overleg?
Gerard: ‘De bestuurders, in dit geval onze minister, staatssecretaris, de minister van BZK, de gedeputeerde van Zuid-Holland Floor Vermeulen en de wethouders Adriaan Visser (Rotterdam) en Boudewijn Revis (Den Haag), gaan afspraken maken over de governance en de bekostiging van het programma. Daarmee wordt de kwartiermakersfase formeel afgesloten en gaat het programma echt van start. Er liggen plannen van aanpak van twee preverkenningen voor ter goedkeuring: voor de Oeververbindingen Regio Rotterdam en voor de Schaalsprong Regionale Mobiliteit Central Innovation District-Binckhorst.’

‘Vorig jaar zomer is het MIRT-onderzoek Bereikbaarheid Rotterdam – Den Haag afgerond’, vult Peter aan. ‘Daar kwam uit dat we bereikbaarheid willen inzetten om de economie van het gebied te stimuleren, de leefomgeving te verbeteren en de sociale ongelijkheid te verkleinen. Daar waren we het als Rijk en regio over eens. De discussie die daarna volgde ging meer over wat kun je nu al doen, wat is het politiek mogelijk en wat gaat het kosten.’

Welke kansen zien jullie met het programma?
‘Met het programma kunnen we de vernieuwing van het MIRT echt inhoud gaan geven’, vertelt Gerard. ‘Dus breder kijken dan alleen naar mobiliteitsknelpunten en meer en beter samenwerken met de regio en andere partijen. In dit gebied moeten tot 2040 240.000 woningen worden bijgebouwd. Dat heeft nogal wat gevolgen voor de mobiliteit. In de werkplaats OV, Ruimte en Duurzaamheid gaan we de ontwikkeling van woningbouw en mobiliteit in samenhang bekijken.’

Peter: ‘Bereikbaarheid is geen doel op zich, maar een middel. Daar is nog een omslag in denken voor nodig, want het huidige referentiekader is vooral gericht op minder files en het oplossen van knelpunten. Als je niet denkt vanuit knelpunten maar vanuit kansen dan kom je ook op andere oplossingen.’

Knelpunten kun je heel makkelijk berekenen en aantonen. Dat wordt al moeilijker met het verkleinen van de sociale ongelijkheid.
‘Daar is in het MIRT-onderzoek ook naar gekeken’, aldus Gerard. ‘Er zijn oplossingsrichtingen bedacht en doorgerekend, en dan niet alleen met de klassieke verkeersmodellen. Het onderzoek heeft bijvoorbeeld aangetoond dat als je het OV vanuit de regio de stad in trekt, rechtstreeks naar de plekken waar het economisch gebeurt, je daarmee een grote economische spin-off kunt genereren. Dat zie je bijvoorbeeld bij Randstadrail.’

Wat is de grootste uitdaging in het programma?
‘Toch wel het omgaan met onzekerheden’, denkt Peter. ‘Met name politiek en financieel. De kabinetsformatie duurde vrij lang, daarna kwamen nieuwe bewindspersonen met nieuwe uitgangspunten, zoals het Mobiliteitsfonds (in het Regeerakkoord staat dat het Infrastructuurfonds vanaf 2030 wordt omgezet naar een Mobiliteitsfonds, red.). Hoe dat gaat uitpakken weten we nog niet. Met kleinere, slimme maatregelen, bijvoorbeeld met fietsprogramma’s, kun je al een heleboel bereiken. Maar als het gaat om grootschalige woningbouw in combinatie met meer OV, dan moet je investeerders op een gegeven moment wel het vertrouwen kunnen bieden dat Rijk en regio echt gaan investeren in de bereikbaarheid van deze regio. Zodat ze daarop kunnen anticiperen.’

Scope programma Bereikbaarheid MRDH

‘We hebben al veel gesprekken over de financiering gehad’, zegt Gerard. ‘Wat ik merk is dat de regionale bestuurders daarin best ver willen gaan, maar is dat na de gemeenteraadsverkiezingen nog steeds zo? Bij ons is er nu op het Infrafonds nauwelijks ruimte, het Mobiliteitsfonds kent nog geen criteria. Hoe kun je dan toch met elkaar afspraken maken? Dat maakt het besluitvormingsproces ingewikkeld en ook wel spannend.’

Is jullie samenwerking net zo goed als bij jullie collega’s van het bereikbaarheidsprogramma MRA?
Gerard: ‘Zeker! Wat ik top vind aan onze samenwerking is dat we ons weten te verplaatsen in de belangen van de ander, dat we meedenken met de ander en ook open zijn tegen elkaar, bijvoorbeeld als er gedoe is in eigen huis.’

‘Het teamgevoel tussen Rijk en regio is het afgelopen jaar echt gegroeid’, meent Peter. ‘Dat vind ik als kwartiermaker belangrijk, elkaar leren kennen en begrijpen. Het helpt ook voor mensen om elkaar daadwerkelijk te zien en te spreken, het niet bij algemeenheden te laten maar echt te benoemen hoe je erin zit. Ik merk dat mensen gemotiveerd zijn om te komen als we iets organiseren. De zaal zit toch iedere keer weer vol.’ Gerard: ‘Laatst hadden we een werksessie van tweeënhalf uur. Je nodigt mensen uit en dan denk je: tweederde, driekwart is er. Maar nee, 95 % was er. Dat commitment en die betrokkenheid, dat vind ik heel gaaf.’

    

MoVe, mobiliteit en verstedelijking is een samenwerkingsprogramma van het ministerie IenW, de Provincie Zuid-Holland, de MRDH en de gemeenten Den Haag en Rotterdam.