Instrumentenbox voor alternatieve financiering Verstedelijkingsopgaven

01-07-2019 200 keer bekeken

In de SBO’s MIRT van dit voorjaar is alternatieve bekostiging aan de orde gekomen. De G4 en Rijk hebben een notitie opgesteld om inzicht te geven in de verschillende opties voor bekostiging en financiering van verstedelijking.

De huidige, bestaande bekostiging- en financieringssystematiek is onvoldoende ingericht om de integrale verstedelijkingopgave te bekostigen of te financieren. Middelen zijn (te) beperkt beschikbaar en zijn in sommige gevallen te laat beschikbaar. Daarom hebben Rijk en regio’s de handen in één geslagen om te komen tot een systematiek dat beter aansluit bij de opgaven van vandaag. Enerzijds wordt het huidige instrumentarium onder de loep genomen om inzicht te krijgen of een effectievere bekostiging van de verstedelijkingsopgave tot de mogelijkheden behoort of dat daar (kleine) aanpassingen voor nodig zijn.
De G4 voeren business cases uit, waarbij een aantal specifieke instrumenten beoordeeld wordt (Gemeentelijke Investeringszone, regionaal mobiliteitsfonds, parkeernormen verlagen). Daarnaast wordt een aantal generiekere maatregelen onder de loep genomen, zoals het functioneren van het gemeentefonds en investeringscapaciteit van corporaties.

Potentiële maatregelen
De proeftuinen die in het kader van het mobiliteitsfonds uitgevoerd worden, zijn testcase voornieuwe spelregels rond bekostiging en financiering van bereikbaarheid en mobiliteit te komen en krijgt derhalve binnen MoVe ook de aandacht. Peter Verbon en Bert Diresse van de provincie Zuid-Holland, Bastiaan ter Horst van de gemeente Den Haag en Martje Storm van het ministerie IenW werken onder de vlag van de werkplaats Metropolitaan OV en verstedelijking aan het onderwerp financial engineering. 
Peter Verbon haalt aan: ‘de G4 heeft een aantal potentiële maatregelen ontwikkeld met alternatieve vormen van bekostiging, die de financiële slagkracht van overheid en markt substantieel kunnen vergroten. Zo wordt er bijvoorbeeld ten behoeve van investeringen in de infrastructuur, waarbij modaliteit niet langer centraal staat (knelpunt), maar vanuit integrale opgaven zoals verstedelijking. Dit moet dan winst opleveren.’

En Bastiaan van de gemeente Den Haag vult aan: Alternatieve bekostiging begint bij een goed project. Als de baten binnen het project goed zijn, is de bekostiging vaak gemakkelijker te organiseren. Zo is de exploitatie en het gebruik van OV een hele belangrijke bron als het gaat om bekostiging. Vaak kijken we naar ontwikkelaars en andere baathebbers, maar de interne verdienkracht van een goed project is de echte basis voor duurzame bekostiging. En daar kunnen we mee beginnen zonder wetten te hoeven wijzigen.’

‘Voor mij gaat alternatieve bekostiging over meer dan geld alleen. Door van tevoren goed na te denken wie de baathebbers zijn en door hen uit te nodigen bij te dragen aan het eindresultaat, krijg je een beter gecommitteerd resultaat,’ zegt Martje Storm tot slot. Bert Driesse denkt dat wellicht een en ander gedeeld kan worden tijdens het BO MIRT najaar 2019: 'Mits we deze zomer een scherper beeld kunnen ontwikkelen hoe haalbaar de maatregelen zijn en waar welke maatregelen het meest effectief zijn.'

De maatregelen zijn op te delen in vier categorieën:

A. Investerend vermogen vergroten. Nieuwe maatregelen en financiële spelregels kunnen bijdragen aan het vergroten van de slagkracht van investerende partijen in de verstedelijkingsopgave. Dit kan gaan om interne spelregels van de gemeente- of rijksbegroting ten aanzien van groei. Daarnaast bepalen veel nationale regels de capaciteit van bijvoorbeeld corporaties om de juiste investeringen te doen.

B. Baathebbers betalen mee. Grootschalige investeringen in stedelijke regio’s hebben voordelen voor bijna iedereen: reizigers, gebiedsontwikkelaars, bestaande bedrijven, woningeigenaren en huurders. Tegelijkertijd vragen bepaalde negatieve effecten van verstedelijking juist ontmoediging. Denk daarbij aan de belasting van het milieu door autoverkeer of de binnenstedelijke fileproblematiek. Een samenhangende ontwikkel- en beprijzingsstrategie waar alle facetten van verstedelijking samenkomen, biedt kansen om de kosten dichter bij de baathebbers te leggen.

C. Publiek geld beter benutten. Bestaande publieke middelen kunnen beter onderling afgestemd en gerichter ingezet worden op alle facetten van de verstedelijkingsopgave. Zo kunnen regionale fondsen de verschillende bekostigingsbronnen bundelen en integrale investeringen op bijvoorbeeld vastgoed, openbare ruimte, infrastructuur en energietransitie mogelijk maken. Bovendien geven fondsen marktpartijen meer comfort (en dus minder risico’s) door een betrouwbare investeringsstrategie.

D. Vernieuwen samenwerking.  Integrale aanpak van wonen, werken, mobiliteit en energie vergt een sterkere samenwerking door de bestaande structuren heen. Deze aanpak staat centraal in de verschillende bestuurlijke trajecten. Van het MIRT tot de NOVI en de Omgevingswet, van de af te sluiten woondeals tot de weg van Infrafonds naar Mobiliteitsfonds, en de uitwerking van het klimaatakkoord. Daarnaast kunnen marktpartijen eerder worden betrokken in aanbestedingsprocedures, zodat nieuwe concepten sneller tot stand komen en investeringen landen in gebieden en niet in procedures.

    

MoVe, mobiliteit en verstedelijking is een samenwerkingsprogramma van het ministerie IenW, de Provincie Zuid-Holland, de MRDH en de gemeenten Den Haag en Rotterdam.